Door Hans Buiter, oud-verenigingshistoricus ANWB.
Woensdag 22 april, locatie: Witte Kerkje, Varsseveld, aanvang 19.45 uur.
In 1823 deed Jacob van Lennep samen met zijn vriend Dirk van Hogendorp tijdens zijn voettocht door Nederland ook Varsseveld, Doetinchem, Doesburg en Zutphen aan. Hun verkenningstocht door Nederland voerde langs kennissen, morsige herbergen en voorname landhuizen. Ontmoetingen onderweg maakten duidelijk dat ook in het begin van de negentiende eeuw in Nederland al gereisd werd, maar dat het aantal reizigers beperkt was. Pas aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw zouden trein, tram, fiets, auto en de toenemende welvaart dit veranderen.
In deze lezing vertelt historicus Hans Buiter over de opkomst van het toerisme. Naast het aloude Kur-toerisme naar plaatsen als Bad Bentheim en bedevaarten naar plaatsen als Kevelaer, verkenden steeds meer Nederlanders per fiets het land. Nieuw was dat ze niet alleen in hotels, pensions en bij familie en kennissen overnachtten, maar ook kampeerden. Verblijven in huisjesparken en tochtjes met de bromfiets en de auto waren een volgende stap. De Veluwe, de Veluwezoom, maar ook de Achterhoek ontwikkelden zich in de twintigste eeuw tot gewilde toeristische bestemmingen.
Foto: Bondstocht over de Veluwe, Pinksteren 1915.
Foto: Klaar voor het Kamp, Ton Koot.



