Oudheidkundige Vereninging Aalten, Dixperlo, Wisch
 

In het kort iets over de traditie en het maken van een midwinterhoorn

IN HET KORT IETS OVER HET MAKEN EN DE TRADITIE VAN DE MIDWINTERHOORN.

De midwinterhoorn is een eenvoudig houten blaasinstrument waarvan men gevoeglijk aan kan nemen dat dit het eersten houten blaasinstrument in Nederland is geweest en dan nog alleen in een deel van Twente en de Achterhoek tot aan de ijssel.In de eerste helft van de 2oe eeuw werd er alleen in Twent en op enkele plaatsen in het Duitse grensgebied en in Polen (rond Warschau) nog geblazen.Hoe,waar en wanneer het gebruik om in de midwinter periode op een hoorn te blazen is ontstaan, zal mogelijk nooit achterhaald worden.

Gelet op de mogelijke ouderdom van de hoorn als blaasinstrument,kan ook dit gebruik zeer oud zijn.Een feit is dat voor de primitieve mens de winterperiode,verstoken als hij was van alle gemakken,een heel slechte tijd betekende.Voeg daaarbij het veronderstelde geloof aan goede en kwade geesten en een aannemelijke verklaring voor het hoornblazen rond de zonnewende is geboren.Het gebruik kan zo ontstaan zijn maar te bewijzen valt het niet.Wel weten we dat Paus Gregorius 1,die leefde van 540 tot 604,eens aan andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders heeft laten weten dat onschuldige volksgebruiken mochten worden aangemoedigd,mits ze pasten in de christelijke geloofsbeleving.Of hier het midwinterhoornblazen ook onder viel is helaas niet bekend.

Het is opvallend dat zowel in Nederland (Twente en Achterhoek),als in Duitsland (Westfalen), als in Polen (gebied rond Warschau) het blazen op de midwinterhoorn in latere tijden heel vaak met kerkelijke gebruiken in de Adventstijd in verband worden gebracht.Het oudste bericht voer het midwinterhoornblazen stamt uit 1485 uit Sonsbeck, een plaats net over de grens bijn het Limburgse Venray.

Zowel vroeger als tegenwoordig wordt hij gemaakt van een berk,els of wilg.De te gebruiken stam of tak moet zodanig van vorm zijn dat het dikke einde enige kromming vertoont,dat wordt dan tevens de karakteristieke kromming die men bij iedere midwinterhoorn aantreft.De hoorns worden onderverdeeld in twee types,de zogeheten "natte"en "droge"hoorns.
De natte hoorn onderscheidt zich eigenlijk alleen doordat de twee helften niet op elkaar gelijmd zijn,maar door middel van biezen,die tussen de twee helften gelegd worden,het dichten van de hoorn moet bewerkstelligen.Deze hoorn wordt omwonden met banden van braamtwijgen of wilgetenen.Dit type hoorn moet,alvorens er op geblazen kan worden,enkele dagen in het water gelegd worden om door middel van het z.g.n. kuipen de hoorn te dichten.Het voordeel van de droge hoorn is dat deze altijd voor het gebruik gereed is.Vandaar dat dit type dan ook meer gemaakt wordt maar als zodanig wat afwijkt van de oude traditie.